Examenvragen Ontwikkeling&Voortplanting

Live forum: /viewtopic.php?t=19292

Carra

22-06-2009 18:49:30

Maandag 22 juni

Missiaen:
- Menstruele cyclus: endometrium, myometrium

Moerman:
- Hoofdvraag: N. pudendus van een vrouw bespreken met tekeningen

Kleine vragen:
- Verhouding ureter en ductus deferens
- Waar liggen precies de klieren van Bartholin?
- De delen van de buis van Fallopius.
- Hoe wordt een ovum naar de baarmoeder verplaatst? Geef weg en mechanisme.
- 5 juist/onjuist vragen:
* De kern van een zaadcel is haploid
* De kap bestaat uit acrosoom
* Mitochondriën zitten in de staart
* Het axonema bestaat uit actinefilamenten
* dan nog 1, maar die weet ik niet meer:S

Devriendt:
- Tekening ontwikkeling van hart met CANADA. Structuren aanduiden. Let op! Deze tekening staat omgedraaid. Hij haalt zijn tekeningen van: www.embryology.ch
- 8 stambomen: geef de noodzakelijke drager
- Geef 4 verschillen en overeenkomsten tussen genomische imprinting en x-inactivatie
- Geef de stadia van de oögenese en geef bij elk: Naam, ploidie, n-nummer, voorkomen in het lichaam, tijdstip in leven.
- Foto van meningomyelocoele: kans op overerving als 1e aangedane kind is en komt niet verder in familie voor?
- Wat zou je deze mensen aanraden voor primaire voorzorgsmaatregelen te nemen als ze nog een kind willen hebben?
- Tekening van hatching. Met al reeds inplanterende blastocyst.
vragen hierbij: nummers en dan zeggen wat het is, of wat het in de toekomst gaat vormen? BV. wordt de primitiefstreep. Gaat later hCG afgeven etc.
- 6 abstracts en dan zeggen wat voor soort onderzoek het is
- Tumorsuppressorgenen zijn autosomaal recessief, maar dominant overerfbaar, hoe komt dit?

Veel succes!!

boom

23-06-2009 10:20:39

Moerman
Grote vraag:
Geef de bevloeiing van de inwendige vrouwelijke geslachtsorganen.
Kleine vraagjes:
1. geef het epitheel van de endocervix
2. wat is het product van de eerste meiose in de spermatogenese
3. wat is het lig teres
4. wat is de endocervix
5. welke bloedvaten lopen er in de funiculus spermaticus


Missiaen
Leg uit: ovulatoire fase: antrale follikel en selectie


Devriendt (op 75pten)

1. allemaal kadertjes verbonden met lijntjes (zoals voorbeeldvraag van toledo) waar je dingen moest invullen. Vb: dooierzak, epiblast, endoderm, mesoderm, urachus, definitieve urogenitale sinus, blaas, chorion, secundaire vilii, blastocyst, embryoblast,… (op 10ptn)
2. Een prent van een monochoriale, diamniotische tweeling, waarbij er eentje heel klein was (kind b) en de andere dikke (kind a) met veel vruchtwater rond zich.
a. juist-fout vragen:
- kind a is de transfuseur
- kind b gaat bij de geboorte ademhalingsproblemen hebben
- deze aandoening komt meestal voor bij monochoriale en minder bij dichoriale tweelingen
- …
- …
b. wat zijn de voornaamste complicaties die de twee zullen krijgen?
- kind a….
- kind b….
c. teken een doorsnede door de navelstreng (dus letterlijk prentjes van boek)
- na de kromming
- bij de geboorte
d. teken een gedetailleerde uitvergroting van twee punten die waren aangeduid op de tekening van de tweelingen (punt 1 was bij de placenta, punt 2 was tussen de tweelingen bij hun amnionvlies&co)
3. Wat bedoelt men met anticipatie?
4. tekening van in het boek van omgekeerde rotatie van de darmen
a. hoe noemt deze aandoening
b. wat is er fout gelopen in de embryogenese
c. wat is het gevolg
5. Een stamboom van een grote familie, waarbij neef en nicht een kind willen krijgen. Een paar mensen hebben een aandoening: hun grootvader heeft hemofilie A, een tante syndroom van Down, nog een ander (3e graads) NBD en dan nog een tante had een zeldzame autosomale recessieve aandoening.
- wat is de kans dat het kind die recessieve aandoening heeft en waarom?
- Wat is de kans dat het kind hemofilie A heeft?
- Wat is de kans dat het kind NBD heeft?
- Wat zou je hun preventief aanraden?
- Is er een verhoogde kans op syndroom van down?
- Heeft het koppel andere verhoogde risico’s?
6. Een man kan onbeperkt zaadcellen aanmaken, een vrouw beperkt eicellen.
- Vanwaar dit verschil?
- Hoe geeft dit aanleiding tot een verschil in aandoeningen bij het ouder worden?
7. Wat is het verschil tussen een tumorsuppressorgen en een proto-oncogen?
8. 8 karyogrammen van A-H (trisomie 21, Turner, Klinefelter, een translocatie, een puntmutatie (was geen karyogram), UPD15 PWS (was ook geen karyogram), triploidie, een monosomie) en 7 (?) stellingen waarbij er meerdere letters bij 1 stelling konden staan.
- fenotypisch man
- dit kan aangetoond worden met FISH
- oorzaak van vroege miskraam
- dit is een structurele chromosoomafwijking
- normale intelligentie maar altijd onvruchtbaar (2mogelijkheden)
- …
9. 5 assay’s met 14 stellingen. bij de tweede moesten 3 stellingen, bij de laatste 2. (8pten)
10. Wat past het beste bij wat? (soms meerdere mogelijkheden)
- a vitellinus
- a umbilicalis
- allantois
- ductus venosus
- ductus arteriosus
- ….
Matchen met 13 dingen:
- lig umbilicale mediale
- lig umbilicale laterale
- via de navelstreng arteriëel zuurstofmeting
- verdwijnt postnataal
- prostaglandines
- ….