ontwikkelingstoxicologie

Live forum: /viewtopic.php?t=14978

Debbykeh

02-06-2008 09:40:13

Hey!!

Heeft iemand een antwoord op vraag 36 (3 grote luiken van ontwikkelingstoxicologie die elk een verschillend aspect van de reproductie en ontwikkeling bestuderen)??

Heel erg bedankt in elk geval!

karie

09-06-2008 08:30:21

Ik dacht :

- ontwikkelingstoxicologie (neveneffecten op de zwangerschap zelf)
- teratologie (effecten op de foetus)
- reproductieve toxicologie (effecten op de voortplantingsorganen en dus de mogelijkheid tot voortplanten)

ma ben nie zeker

de originele katrien

11-06-2008 13:22:51

Reproductie toxicologie, prenatale en postnatale toxicologie..

Saricanari

15-06-2008 06:25:36

Iemand een idee welke het juist moeten zijn?

Sarah-Ann

15-06-2008 08:30:36

Ik dacht ook eerder het eerste,
maar ben ook niet zeker over die vraag

karie

15-06-2008 10:54:24

Ik ben van gedacht veranderd tijdens het leren. Ik denk nu ook hetzelfde als 'de originele katrien' of theo ofzo ^_^

cathérine01

21-06-2008 20:54:46

Das dan eigenlijk hetzelfde antwoord als op vraag 37 waar er gevraagd wordt naar de 3 segmenten van de testen voor ontwikkelingsbiologie?

is volgende juist dan als antwoord op vraag 36 en 37 dan eigenlijk?

*reproductieve toxico: parents doseren
*prenataal: foetus tijdens organogenese doseren
*postnataal: doseren foetus na organogenese

merci

vince

22-06-2008 21:25:10

vraag 36:

1. Reproductie toxicologie:
Deze tak van de ontwikkelingstoxicologie bestudeert de schadelijke effecten veroorzaakt door stoffen die de mannelijke en vrouwelijke nakomelingen (spermatogonia en oocyten) treffen en/of die de beschadiging van het mannelijk en vrouwelijk reproductie organen veroorzaken. Tijdens de foetale periode ontwikkelen de germale cellen zich tot primaire oocyten en primaire spermatocyten. Een storing in de balans tussen androgenen en oestrogenen kan de sexuele differentiatie sterk beïnvloeden. Zo zijn er tal van producten zoals herbiciden, plastacisers (phthalate), TCDD, …, die werken als xeno-oestrogenen. De primaire oocyten rusten in meiose tot de ovulatie plaatsgrijpt, terwijl de primaire spermatocyten meiose niet voltooien tot de puberteit aangebroken is. Dit betekent dat verschillende kritieke periodes bestaan tussen oocyten en spermatocyten. Zo tasten dinitrobenzeen en phthalaat esters de germale cellen aan, terwijl ethyleen glycol monoethyl ether vrouwelijke embryotoxiciteit veroorzaken.
2. Prenatale toxicologie: De prenatale toxicologie onderzoekt de schadelijke effecten veroorzaakt door stoffen die de ontwikkeling van de prenatus beïnvloeden. Embryotoxische of fetotoxische effecten kunnen verscheidene gevolgen teweeg brengen:
 Indien het gaat over defecten die van reversibele aard zijn, dan verwacht men een normale ontwikkeling en normale natus.
 Indien het gaat over defecten die van irreversibele aard zijn, dan zijn er twee wegen die men kan uitgaan:
o Ofwel zijn de defecten niet levensvatbaar (incompatibel), en zal dit de dood van de prenatus tot gevolg hebben.
o Ofwel zijn de defecten levensvatbaar (compatibel) en kunnen de afwijkingen van structurele (teratogene defecten of groei retardatie) of functionele aard zijn (disfunctionele postnatale manifestaties). Ook erfelijke mutagene defecten kunnen het gevolg zijn van mutationele afwijkingen.
Algemene criteria die men vooropstelt voor een abnormale ontwikkeling zijn: dood, laag geboorte graad, prematuriteit (groei retardatie) en geboorte defecten. Voor de kritieke periodes van de ontwikkeling van de prenatus.
3. Postnatale toxicologie: Deze tak van de ontwikkelingstoxicologie bestudeert de schadelijke effecten veroorzaakt door stoffen die de ontwikkeling van het kind na de geboorte beïnvloeden. De ontwikkeling van het kind stopt niet bij de geboorte, maar gaat verder en dit betekent dan dat bepaalde schadelijke effecten veroorzaakt door bepaalde stoffen kunnen plaatsgrijpen die typerend zijn voor de ontwikkeling van het kind na de geboorte. Zo is het centraal zenuwstelsel volop verder aan het ontwikkelen en is het detoxificatiesysteem nog niet volgroeid zodat bepaalde medicaties niet op de gewenste wijze worden gemetaboliseerd.

Vraag 37:
1. Fertiliteitsegment: De parentale generatie wordt gedoseerd met de test stof. Dan gaat men kijken naar het aantal vrouwtjes die effectief zwanger worden, naar het aantal nakomelingen (doodgeboren en levend), gewicht van de nakomelingen 3 weken postpartum, … . Omdat de parentale generatie werd gedoseerd met de test stof, onderzoekt men de effecten die deze test stof teweeg kan brengen op de reproductie systemen van de parentale generatie en wat de gevolgen zijn op de nakomelingen.
2. Embryotoxiciteit/teratogeniciteit segment: De foetus tijdens de organogenese wordt gedoseerd met de test stof. Vervolgens gaat men na of er effecten te zien zijn ter hoogte van de verschillende organen, skelet, of de foetus nog leeft, gestorven is of geresorbeerd werd, … . Omdat het 1ste trimester van de zwangerschap de morfogenese en organogenese van het embryo omvat, onderzoekt men in deze kritieke periode of de test stof structurele defecten kan veroorzaken.
3. Perinatale – postnatale segment: De foetus na de organogenese wordt gedoseerd met de test stof. Dan gaat men kijken naar de effecten die deze test stof teweeg brengt op de nakomelingen 3 weken postpartum. Soms doet men zelfs multigeneratie studies. Omdat het 2de en 3de trimester van de zwangerschap de verdere groei en functionele maturatie van de foetus omvat, onderzoekt men in deze periode of de test stof functionele defecten kan veroorzaken.